Er wordt nog volop gestemd voor de Amsterdamse Nieuwbouwprijs, derde jaargang. Weer twee wooncomplexen die meedingen.
CalandparC
Op de plek waar vroeger de Osdorper Scholengemeenschap stond en later het Calandlyceum, zijn drie appartementengebouwen verrezen van vijf woonlagen. Urban villa’s heten ze in hedendaags ontwikkelaarsjargon, maar voor de bewoners zijn het vooral heerlijke woningen. Er was vroeger al veel groen, en bij de bouw zijn de volwassen bomen en graspartijen ontzien, zodat je daar als het ware in een park woont. Vooral dát noemden de bewoners bij hun rapportcijfers een pluspunt. “De toenmalige stadsdeelvoorzitter Simon Willing woonde hier tegenover, en hij wilde het graag groen houden,” geeft architect Floor Arons (40) als verklaring. “Op veel nieuwbouwlocaties komt het groen pas veel later. Hier moesten we gebouwen maken die te gast zijn in het groen.
Daarom hebben we ronde hoeken gemaakt en geen baksteen gebruikt. De openbare ruimte is geen sluitpost geworden, daar ben ik heel trots op.” De bewoners prijzen ook de ruimte van hun woningen, met veel licht rondom. De bovenste verdiepingen zijn bovendien verrijkt met een enorm dakterras, heuse penthouses langs de Pieter Calandlaan. Het hoge rapportcijfer, een 9 rond, kan dus geen verrassing zijn. En voor Rob (54) en Jane (53) Stom is het helemaal bijzonder. Pas toen ze, na jaren in Almere, terugkeerden in Amsterdam, realiseerden zij zich dat ze precies weer op de plek waren waar ze elkaar, in de klas van de Osdorper Scholengemeenschap, hadden leren kennen.
“Ik kwam oorspronkelijk uit Geuzenveld, Jane uit Slotervaart, dus toen we van Almere terug wilden – de kinderen waren de deur uit – keken we eerst in West,” vertelt Rob. “We zochten wel naar een groot balkon of terras, dus dit was meteen naar onze zin.” Het echtpaar is één van die gelukkigen die boven van een groot terras kunnen genieten. Toch telden ze voor hun appartement van 107 vierkante meter plus plek in de parkeergarage maar 290.000 euro neer. “Bouw niet te duur, maar ook niet te klein, dat er gezinnen met kinderen in kunnen,” had directeur Winfred de Nijs (52) van M.J. de Nijs, zowel de bouwer als de ontwikkelaar, als uitgangspunt gekozen. Zijn bedrijf was één van de partijen die in een prijsvraag van de gemeente hun visie mochten geven op dit braak gekomen gebied. “En ik ben met passie gaan vertellen wat wij daar wilden.”
“De appartementengebouwen zijn bijzonder in het landschap opgenomen,” stelt hij nu tevreden vast. “Dit is gedurfde bouw op een niet geëigende plek. Ik vind het parels.” “Inderdaad,” bevestigt Jane Stom, “dit is een combinatie van een mooi gebouw en een mooie omgeving, met openbaar vervoer, theater en scholen vlakbij. We wonen in een park en zijn in een kwartier op het Leidseplein.” De jury die de tien kandidaten heeft geselecteerd, was al evenzeer gecharmeerd. “Een mooi gebouw met een prettige buitenruimte,” meende Natasja Keller. “En de prijs voor dat oppervlak is wel heel positief,” aldus Henne Roelvink. “Dit gebouw schiet er bovenuit.”
De Vier Heeren
Elk jaar zit bij de Amsterdamse Nieuwbouwprijs wel een project waarvan je je afvraagt of het er thuishoort. Die statige panden aan de Ceintuurbaan achter fraaie negentiendeeeuwse gevels – dat is toch geen nieuwbouw? De jury zat er ook mee. Maar er is achter die gevels zo veel met de appartementen gedaan dat er wel degelijk ook van nieuwbouw sprake mag zijn. En dan van zo’n kwaliteit, dat de jury er lyrisch over was. “Werden alle gevels in de stad maar zo behandeld,” verzuchtte Steven Delva – want daar is inderdaad veel werk aan besteed. Bezwaren hadden de juryleden wel tegen het ontbreken van bergruimte en de forse prijs. Zo moest Robbert-Jan Slager (31) 307.000 euro betalen voor een appartement van zestig vierkante meter. “Dat was sparen geblazen. Maar we hebben allebei een inkomen en geen auto.”
Desondanks gingen deze woningen snel van de hand. “Het was loten, zoveel gegadigden waren er. We hadden de moed al een beetje opgegeven,” vertelt Slager. “Dit is zo’n leuk stukje Amsterdam, het is hier net een dorp. Ik heb geen moment spijt gehad.” Slager, die uit een huurwoning in de Burmanstraat komt, wilde erg graag in zijn buurt blijven én bij voorkeur in een klassiek Amsterdams huis wonen. “Het is bijzonder in een huis te wonen dat twee wereldoorlogen heeft meegemaakt, maar toch alle voordelen biedt van nieuwbouw, op het gebied van geluidsisolatie en brandveiligheid.” En zo dachten alle bewoners erover bij het geven van hun rapportcijfer: een 9,4. ‘Het authentieke beeld is behouden,’ noteerden zij, ‘en het karakteristieke uiterlijk van het pand.’ Dat hebben zij vooral te danken aan architect Alenca Mulder. “Jarenlang was het een impasse,” vertelt zij, “een project waar niemand zijn vingers aan wilde branden. Er lag een plan voor sloop en nieuwbouw, maar het stadsdeel eiste dan dat er geparkeerd zou worden op eigen terrein.” Pas toen het project was overgegaan op ontwikkelaar AM Wonen kwam er schot in de zaak. “Met uitzondering van voor- en achtergevel, scheidingswanden en trappenhuis zijn volledig nieuwe woningen binnen het casco gemaakt.” “Alle woningen achter de gevel hebben zo nieuwbouwkwaliteit,” vult Wim Looijen aan, de adjunctdirecteur van AM Wonen. “Voor ons is dit een relatief klein project,” geeft hij toe, “en vernieuwbouw is voor ons een uitzondering. Maar ook als je niet hoeft te slopen, is het ontwikkelen van woningen heel interessant, zeker als het gaat om duurzaamheid.” “Het is heel belangrijk dat oude panden behouden blijven in de stad,” stelt Mulder. “Daar moet je zorgvuldig mee omspringen. En het is heel bijzonder dat je dat dan als nieuwbouw kunt uitvoeren.”
Bron: het Parool Tekst Bert Steinmetz, Foto’s Floris Lok, Dingema Mol






